Meditatie
Vorige week was ik in het prachtige Gallo-Romeins museum in Tongeren
in België, niet zo ver van Maastricht. Tongeren
is een stad met veel overblijfselen uit de Romeinse tijd. Het wordt wel de
oudste stad van België genoemd.
Ik heb in mijn leven veel van dit soort
musea gezien. Veel is van hetzelfde: enorme hoeveelheden fossielen, vuurstenen
pijlpunten, vuistbijlen, bronzen en ijzeren gebruiksvoorwerpen enzovoort.
Zoiets gaat gauw vervelen. In dit museum is dat anders. Er wordt een helder
verhaal bij de voorwerpen verteld: waar ooit de menselijke soort begonnen zou
zijn - ergens in Afrika - waarheen het menselijk ras zich heeft uitgebreid -
ook tot in onze streken, hoe de mensen zich in leven houden, op welke plaatsen
ze wonen enzovoort. Het is een prachtig sprekend geheel. De mensen in dit
verhaal gaan echt voor me leven. Ze komen dichterbij me. Zo wordt het een
boeiend verhaal. Dit verhaal van de menselijke soort speelt zich af in de loop
van honderdduizenden jaren. En geleidelijk aan wordt het bekender, het komt
steeds dichterbij, tot in de Romeinse tijd. Naarmate de mensen dichterbij komen
in de tijd gaan hun verhalen ook steeds meer lijken op je eigen verhaal,
alhoewel ze toch nog ver en vreemd blijven. Vanaf de jongste tijd - de Romeinse
- in dit museum tot onze tijd is ook altijd nog zo’n 2000 jaar! Op de
eeuwigheid een stipje, maar vergeleken met onze leeftijden vandaag de dag een
eindeloosheid.
In onze dagen wordt er meer en meer
gesproken over een Aztekenkalender uit Zuid Amerika waaruit zou blijken dat de
wereld waarop wij leven het eind van dit jaar niet meer bestaat. Stel je eens
voor!
Hoe kijken je kinderen later naar jou en
je kleinkinderen en … waar blijven wij eigenlijk in de tijd? Of gaan wij
erin onder, voorgoed? Wat laten wij na?
Wij voelen ons vaak zo verloren in de
ruimte en tijd als wij de krant lezen of naar het Tv-journaal kijken en dan
gaat het nog maar over één dag in die eindeloze zee van tijd.
Als wij dit allemaal tot ons laten
doordringen, zijn we dan niet geneigd te denken, wat maakt het eigenlijk
allemaal uit wat we doen of laten? De wereld loopt ten einde zonder dat we daar
iets aan hebben kunnen bijdragen. God doet wat Hij wil en wij ook en wij zijn
machteloos. Kunnen wij nog iets doen of laten wat werkelijk betekenis heeft
voor het voortbestaan en welbevinden van de schepping?
Dat zijn zo van de overwegingen die mij
bezighouden bij het begin van weer een nieuw jaar: 2012.
Inmiddels zijn we er wel achter dat het
heel veel uitmaakt hoe wij omgaan met al het geschapene. In het
scheppingsverhaal heeft de Schepper de mens aangesproken de tuin te bewaren en
te bewerken. Dat is een opdracht die naar menselijke maat is. Hij vraagt van
ons niet het onmogelijke.
Je werkelijk aangesproken voelen op je
verantwoordelijkheid geeft ons mensen ook werkelijk het gevoel gekend te zijn.
Hij weet wat Hij vraagt en Hij weet
aan wie Hij het vraagt.
Werkelijk gekend zijn - wat betekent dat
in het voorbijgaan van de eeuwen, de honderden, de duizenden, de miljoenen
jaren? Waar zouden we nog bang voor zijn nu er weer een bladzijde is
omgeslagen, weer een jaar voorbij is: 2011. Weer een jaar dat voor ons ligt? En
Hij kent onze zwakte, Hij kent onze kracht.
“Leer ons alzo onze dagen tellen,
dat wij een wijs hart bekomen.”
Pastor
Eppo Vroom
Gedicht
Zes
januari is in de kerk vanouds het Driekoningenfeest gevierd. Het is het feest dat
heel lang belangrijker was dan het kerstfeest. Het wordt ook wel Epifaniën- of feest van de verschijning van de Heer
genoemd. Op dit feest gingen kinderen zingend en verkleed als koningen langs de
deuren om een kleine gave te vragen. In onze streken wordt het eigenlijk niet
meer gevierd. Op 6 januari waren wij in Aken en daar kwamen we in een winkel
drie als koningen verklede en prachtig zingende kinderen tegen.
De
drie koningen zijn eigenlijk de drie wijzen uit het evangelieverhaal uit Matteüs 2.
De
dichteres Oeke Kruythof
heeft een mooi gedicht gewijd aan dit feest:
Driekoningen
ik
sta goed verdekt
hier
opgesteld –
achter
Melchior, de koning –
groot
formaat in goudbrokaat
belemmert
veilig, ongevraagd
het
zicht op mij – maar dan
alsof
hij weet van mijn bestaan
schuift
hij mij naar voren
en
sta ik oog in oog met Hem
het
kind
met
enkel leegte in mijn handen
en
ik die op een afstand stond
spel
hier in alle taal
het
God-wordt- mens-verhaal
woord
voor woord
word
ik gewaar
hoe
Hij mijn leegte deelt
de
weg ten einde toe
het
Licht bevechtend
op
het duister
het
Leven op de dood
de
Volheid op de leegte
Gods
geheimenis
dit
kind
met
Melchio
en
zijn gezellen
kniel
ook ik nu neer
ik
ga naar huis
met
volle handen.
Het
ga u goed!
Pastor Vroom